Cookie Settings
close

Een persoonlijk verhaal over mijn moeder

Dit is een persoonlijk verhaal over mij en mijn moeder, die helaas heel onverwacht en op veel te jonge leeftijd is overleden. Dit is een verhaal dat ik nog zeker 20+ jaar niet had gehoopt te hoeven schrijven. Ik schrijf het nu ook omdat ik hoop dat het mij helpt in het verwerkingsproces van dit hele gebeuren.

Ik schrijf dit vandaag, 12 mei 2026 in Helsinki, Finland, waar ik nu midden in een muzikale concerttour zit samen met Batzorig Vaanchig, een muzikant uit Mongolië voor wie ik en mijn vrouw de tour sinds 2025 aan het voorbereiden waren. Een groot project, dat helaas precies valt net na het overlijden van mijn moeder. Dit maakt het verwerken van dit verlies niet eenvoudig, aangezien ik nu inmiddels al 3,5 week op pad ben. Inmiddels hebben we in 13 landen concerten gegeven.

Een project waarvan het werkelijk op het podium staan maar een heel klein deel is van de tour. Daaromheen is het een puzzelwerk van logistiek, internationale vluchten, bagage ordenen, verzekeringen op orde hebben, contact met concertlocaties, aansturen vrijwilligers en mensen, hotels, soundchecks, merchandise verkopen, fotografie, video’s, interviews en meer.

Maar tijdens deze weken hangt het recente verlies van mijn moeder als een donkere, drukkende wolk boven mij. Ik heb andere dierbare vrienden en onder andere mijn grootouders verloren, maar dit voelt zoveel dieper. Ik probeer te bevatten dat ik nooit meer met haar zal kunnen praten. Ik kan het nog steeds niet geloven en eigenlijk ook gewoonweg nog niet accepteren. Zij is mijn moeder: degene die mij negen maanden heeft gedragen en met wie ik 37 jaar heb doorgebracht.

Maar de laatste weken met haar begon ik mij steeds sterker te realiseren hoeveel ik als vanzelfsprekend heb beschouwd. Het was allemaal zo normaal en natuurlijk. Even een berichtje, even langsgaan, het kon altijd gewoon. Nu besef ik dat ik niet altijd heb erkend hoe bijzonder onze band als moeder en zoon was, ook al wisten we dat van elkaar.

Mijn moeder en vader hebben vier kinderen gekregen: hun oudste kind, mijn zus, daarna ik, en daarna nog twee zonen, mijn jongere broers. In de tijd dat we thuis opgroeiden hebben we het leven allemaal op onze eigen manier ervaren, en daarom heeft ieder van ons natuurlijk zijn eigen verhaal. Ook in de jaren dat we onze eigen gezinnen kregen, hebben we onze ouders op onze eigen manier in ons leven behouden.

Dit is een inkijk in mijn perspectief. Een persoonlijk inkijkje dat ik met jullie wil delen, omdat mijn moeder het echt verdient om gezien te worden. Ze verdient het om herinnerd te worden, zelfs door mensen ver buiten haar kring. Daarom deel ik dit verhaal.

Mijn moeder, Esther Hartsuiker, is op 66-jarige leeftijd overleden.

Op 7 april 2026 is zij, in het bijzijn van haar man Hans Hartsuiker, haar kinderen Sara-Roos Hartsuiker, Rowan Lee Hartsuiker, Rory Nigel Hartsuiker en Ian Richard Benjamin Hartsuiker, en hun gezinnen, overleden.

Veel te vroeg, veel te jong, veel te snel moet ik nu mijn allerliefste moeder missen, met wie ik zo’n speciale band had.

“Jij hebt aan één leven geen genoeg,” zei mijn moeder altijd tegen mij. En dat klopt ook. Ik wil altijd weer van alles doen en nieuwe plekken ontdekken, nieuwe dingen bijleren en ervaren. En veel daarvan heb ik aan haar te danken. Mijn moeder, mijn grootste fan en mijn grootste supporter. Zij was een echte doorzetter, iemand die niet opgaf, en dat is iets wat ik van haar heb. Ik kan niet kort omschrijven waarom, maar we hadden een bijzondere band. Ze hoorde mij, ze verstond mij, ze begreep mij. En vooral: ze wílde mij begrijpen.

Mijn vader grapt altijd door te zeggen: “Als ik tegen mama zeg dat we iets gaan doen, zegt ze waarschijnlijk nee. Maar als jíj zegt dat we het moeten doen, dan zegt ze waarschijnlijk ja, dus vraag jij het maar!”

Ik zal voor altijd dat hartje missen op elke foto die ik maakte, op elk bericht dat ik schreef. Ik zal nooit meer horen hoe bezorgd ze was over alles wat ik deed en nog wilde doen, maar vooral hoe ze mij altijd weer steunde, vroeg of ik nog hulp nodig had of zei hoe mooi en leuk iets weer geworden was.

In februari ging ze er nog op uit met haar kleinkinderen. En toen kwam begin maart ineens het nieuws dat ze door een ernstige ziekte niet lang meer zou leven. Maar dat het werkelijk zo snel voorbij zou zijn, dat hadden wij nooit durven geloven.

Het plan van de doktoren was: eerst aansterken, met onder andere sondevoeding, en tegelijkertijd onderzoeken, scans en dergelijke. Daarna zou eventueel levensverlengende behandeling mogelijk zijn. Maar alles wat fout ging in het ziekenhuis ging fout: onderzoeken lieten op zich wachten, afspraken die niet nagekomen werden, pijnbestrijding die totaal niet gecontroleerd of goed geregeld was. Alles ging fout, en wat was dit zo ontzettend frustrerend en naar om mee te maken.

Mijn moeder horen zeggen dat ze het met deze pijn niet meer zag zitten… dat was zo ontzettend pijnlijk om te horen. Mijn moeder is namelijk niet kleinzerig; ze klaagt niet snel, en dat gaat meestal zelfs zo ver dat ze vindt dat ze het niet waard is om te laten blijken dat ze ergens last van heeft.

Maar uiteindelijk is het allemaal niet gelukt. Ze kreeg geen kans om op een echt mooie manier afscheid te nemen van iedereen om haar heen. Mijn grootste nachtmerrie om mijn moeder zo jong te verliezen is werkelijkheid geworden.

Wat na het slechte nieuws volgde waren rare weken, met veel downs, maar ook veel ups. De ene dag ging het goed, de andere dag ging het heel slecht. Maar vanaf een afstand zag ik mijn moeder steeds kleiner worden. Het was zo ontzettend moeilijk om te bevatten dat het allemaal zo snel zou gaan, juist op de dagen dat het weer even goed ging.

Op 29, 30 en 31 maart logeerde ik nog enkele nachten bij mijn ouders. Ik lag naast mijn moeder in bed. Ik durfde geen afscheid van haar te nemen. Ik durfde het gesprek niet die kant op te laten gaan. Mijn moeder was daar wel al mee bezig.

We praatten over haar rouwkaart en het idee dat ze daarvoor had. Ze vertelde dat zij en mijn vader vroeger vaak in de duinen van Den Helder afspraken, waar ze samen woonden. En dat ze daar, toen ze achttien jaar oud was, tegen mijn vader had gezegd dat ze op die plek uitgestrooid wilde worden als ze ooit zou komen te overlijden.

En zo zat ze mij dat nu, zoveel jaren later, te vertellen. Ik met tranen in mijn ogen, terwijl ze mijn hand vasthield in haar eigen bed.

Ik zei: “natuurlijk, ik ga die kaart maken zoals je wilt.” We spraken af dat we tweede paasdag, 6 april, foto’s zouden maken op die plek. Dat mijn vader haar nog één keer het duin op zou tillen. Haar nog één keer naar boven zou dragen. En ze wilde ook zó graag nog eens bij ons langskomen in Groningen, nog een keer samen werken in de tuin, om de tuin gereed te maken voor het nieuwe seizoen. Samen werken in de tuin, iets waar we zo van genoten de afgelopen jaren.

En zo reed ik op 31 maart ’s avonds weer naar huis. Mijn moeder voelde zich redelijk goed. Ik ging naar huis met het idee dat ik die tweede paasdag weer enkele dagen zou komen.

Maar de volgende ochtend, op 1 april, werd ik vroeg gebeld door mijn broertje: “Rowan, je moet nu komen, het gaat niet meer, mama wil afscheid nemen.”

En zo reden we met z’n allen direct terug naar mijn echte thuis. Ik zag daar mijn moeder, mijn liefste moeder. En met z’n allen lagen we op haar bed; mijn zus, mijn broertjes en mijn vader; zoals we vroeger zo vaak deden.

Maar dit was geen gewone ochtend. Dit was een afscheid. Een afscheid voor altijd. En zo hebben we de laatste momenten samen doorgebracht.

De dagen daarna hebben wij dag en nacht aan jouw bed gestaan. Je werd omringd door al jouw kinderen, jouw man, maar ook jouw schoondochters, schoonzoon, kleinkinderen en jouw broertje. Wij houden zoveel van jou. Jou zo langzaam zien weg te glijden was vreselijk, een ware nachtmerrie.

Dit is het pijnlijkste wat ik ooit heb moeten doorstaan. Jou in die weken in pijn te zien, en uiteindelijk te horen zeggen dat je het niet meer aankon en wilde slapen; om eindelijk rust te krijgen.

Dat ‘slapen’ ging via palliatieve sedatie. Zo kon jouw lichaam op een natuurlijke wijze afscheid nemen. Jij had gedacht dat dit via deze keuze snel zou gaan. Wij dachten ook dat dat snel zou gaan, dat je rust zou krijgen en dat we je los konden laten. Maar jouw hart was gewoonweg zo sterk, op jouw jonge leeftijd, dat het bleef doorgaan. En zo duurde het nog vele, hele lange dagen… dagen waarin wij naast je stonden, wachtend, terwijl jij er langzaam tussenin hing. Dat was zo ontzettend moeilijk om te zien.

Samen met mijn broers en zus hebben we dit doorstaan. We hebben jou gesteund waar we konden en waren er elke dag, elke nacht. En ook de komende tijd zullen we er zijn voor papa, en voor elkaar. Zo ontzettend oneerlijk dat jij geen enkele kans hebt gehad. Zo ongelooflijk en onwerkelijk dat dit zo snel is gegaan.

We hebben geen kans gehad om op een echt mooie manier afscheid te nemen.

Mijn vrouw Saran zei ook in de afgelopen maand aan onze keukentafel, met tranen in haar ogen: “Jouw mama was mijn beste vriendin. De enige persoon met wie ik echt kon praten. Ze wilde mij begrijpen en wilde me helpen als ik weer eens iets niet begreep. Als ik tijdens verjaardagsfeestjes alleen zat, kwam ze altijd naast mij zitten om uit te leggen waarom Nederlandse tradities zo en zo waren. Ze hielp me altijd als geen ander om dingen te begrijpen of iets uit te leggen.”

En dat klopt ook. Ik leerde Saran en haar toen 9-jarige zoon kennen in 2009. Ze zaten toen in een lastige situatie. Ik vertelde mijn moeder erover, en mijn moeder zei meteen: “nodig haar maar uit om tijdelijk bij ons te wonen.” En zo woonde Saran een tijd met haar zoon bij ons thuis, totdat we onze eigen woning hadden. Zo was mijn moeder. Ze wilde altijd klaarstaan voor alles en iedereen.

Tijdens de dagen dat je sliep kon ik niet lachen of mijn gedachten verzetten. Ik vond dat echt moeilijk. Terwijl anderen de dagen doorbrachten alsof het normaal was, konden lachen, grapjes maken en praten over alledaagse dingen: werk, salarissen, een nieuwe stofzuiger… kon ik dat gevoel gewoon niet opbrengen. Geforceerd sociaal doen voelde gewoon als een hel.

Tijdens de laatste dagen dat je sliep installeerden we een babyfoon. Ik sliep al deze dagen in de woonkamer, met de monitor naast de bank, waarop ik sliep. Raven, onze lieve hond, sliep naast mij, elke dag. Samen met jouw oudste kind, mijn grote zus, waren we daar, elke dag. We luisterden naar jouw ademhaling en jouw hartslag. Mijn zus stond bijna elk half uur naast jouw bed. Ik probeerde dat ook, om te luisteren hoe het met je ging. Dit werkte deze dagen steeds sterker op onze zintuigen; we hielden constant nauwlettend het geluid van jouw ademhaling in de gaten.

Toen… die laatste dag, die late nacht, hoorde ik op de monitor jouw ademhaling veranderen. Langzamer, onregelmatiger, stiller. Ik rende naar boven, en ook mijn zus stond daar al, naast jouw bed. En nog geen twintig seconden later was daar die doodse stilte ineens. Geen ademhaling meer. We waren bij jouw laatste ademhaling, zoals jij bij onze eerste was.

Exact op dat moment stonden wij daar, naast jouw bed.

Meteen daarna, na die allerlaatste ademhaling, voelde ik die kou. De warmte die een moment eerder nog om je heen te voelen was, verdween meteen. Zo ervaarde ik dat. Ineens was daar die akelige stilte en die kou. Wat een vreselijk, angstig moment…

De dagen daarvoor was je nog bij ons. We konden jouw aanwezigheid nog voelen. Maar nu… mijn zus en ik konden niet anders dan huilen. Het was nu echt voorbij. Door het geluid van ons gehuil kwam ook papa naar de kamer. Het was nu echt voorbij.

Ik belde mijn jongere broertjes: “kom maar snel… mama is overleden.” De woorden kwamen er maar moeilijk uit.

Toen volgden de officiële organisaties en officiële dagen. Hele rare, surrealistische dagen. Maar tijdens de condoleances kwamen er ook veel mooie verhalen naar boven, van mensen die mijn moeder al vele jaren kenden, soms wel 50 jaar of langer. Dat was mooi en waardevol om te zien.

Voor mijn vader was het niet makkelijk. Nooit in mijn leven heb ik hem zo gezien. Gebroken en emotioneel. Gewoonweg gebroken. Zoals een goede vriend van de familie zei: “het zal niet makkelijk worden, je moeder was echt een spin in het web.”

En dat is waar.

Tijdens deze dagen kon ik enkel denken aan wat ik anders had gedaan. Dit jaar, 2026, na de kerstdagen in 2025, waren we nog niet bij mijn ouders geweest. In januari had ik een druk project met een andere muzikant uit Mongolië, en in februari besloten we naar Mongolië te gaan. Tijdens deze periode is het Mongoolse nieuwjaarsfeest, het grootste feest van Mongolië. En Saran, mijn vrouw, had dit al meer dan 20 jaar niet meer thuis met haar gezin en moeder gevierd. Dit was een reis die we elk jaar weer bespraken, maar het kwam er nooit van. Dit jaar zeiden we: laten we het gewoon doen.

Nu, terugdenkend, is er een deel van mij dat hier spijt van heeft. Want in de tijd dat we aan het plannen waren om naar Mongolië te gaan, kreeg mijn moeder te horen dat ze mogelijk weer terugkerende borstkanker had en daarom een borst moest laten afzetten. We wilden zo graag komen om haar te steunen. Maar ze zei: “maak je geen zorgen, dat komt wel goed, haast je vooral niet. Kom na jullie reis maar langs.”

Maar nu, terugdenkend, had ik liever die momenten bij mijn moeder doorgebracht. En zo zijn er nog vele momenten waar ik nu spijt van heb… Je neemt gewoonweg veel te veel voor lief, zonder dat je doorhebt hoe waardevol het eigenlijk is.

Je was eindelijk met pensioen en wilde er zo graag op uit met je gezin, je man en je kleinkinderen. Genieten van de momenten samen. Want jij was er altijd en overal. Jij wilde geen moment van ons missen.

De afgelopen dagen besefte ik daarom, hoe pijnlijk ook, hoeveel ik voor lief heb genomen zonder erbij stil te staan. Alles was zo gewoon. Als ik had geweten dat jij ons zo snel zou verlaten, had ik elk moment gekoesterd en je vaker stevig vastgehouden. Nog meer tijd samen doorgebracht.

Maar in plaats daarvan stond ik nu dagenlang naast jouw bed, met tranen in mijn ogen, jouw hand vasthoudend. Elke dag kuste ik jouw wang, terwijl jouw lichaam ons langzaam verliet.

Ik ben zo dankbaar voor mijn moeder. Als ik terugdenk aan mijn jeugd, kan ik alleen maar glimlachen. Ontelbare mooie herinneringen: samen ’s zomers eten in de tuin, lange middagen op het strand, wekelijks lunchen bij opa en oma, waar we heerlijke broodjes rijk belegd met plakjes kaas, tomaatjes, uitjes en peper en zout, met een toefje mayonaise. “Gebakjes”, zoals opa en oma dat noemden.

Avontuurlijke vakanties samen, zelfs al hadden we het niet breed. Mijn moeder hield nauwkeurig een breed scala aan fotoboeken bij, en een van die albums is genaamd: “Op vakantie, zelfs zonder dat we geld hebben”. We waren namelijk gewoon een doodnormaal gezin. Mijn moeder werkte in de gehandicaptenzorg en mijn vader als stratenmaker. We hadden het niet breed, maar eigenlijk hebben we dat als kinderen nooit gemerkt. Onze ouders hebben ons altijd gesteund.

Herinneringen aan de keukentafel, tekenend en schilderend, de grappen en grollen, en zó veel meer. Tijdens onze verjaardagen maakte jij altijd de meest creatieve traktaties die we konden uitdelen op school. Ik herinner me de slaapliedjes die je ons altijd zong, zelfs al waren we daar eigenlijk al veel te oud voor. Slaapliedjes met grappige zelfverzonnen variaties; altijd humor, altijd gekkigheid.

En je hield van opruimen: je kon echt niet stilzitten, geen moment! Als wij in bed lagen, dan moest je toch nog even de slaapkamer stofzuigen!

En ook recenter, nu ik ouder werd en mijn eigen gezin heb, wilde je geen enkel moment of hoogtepunt missen. Overal wilde je bij zijn en interesse tonen in alles wat we deden.

Ik zal het missen: samen werken in de tuin, schilderen en klussen rondom het huis, spelletjes spelen aan tafel, gewoon zitten en praten op de bank, samen verjaardagen vieren en jouw favoriete Mongoolse dumplings eten. Ik genoot ervan om je altijd voor de gek te houden. Je was altijd zo goedgelovig — alles wat ik zei geloofde je zonder aarzeling. Als je bij ons op bezoek kwam in Groningen, maakte je altijd even een ronde door het huis. Even alles ordenen op jouw manier, een hoekje stylen, de schuur samen opruimen. Dat was gewoon genieten.

Deze laatste dagen na het overlijden van mijn moeder werkte ik elke dag aan de keukentafel, terwijl jij opgebaard lag in de woonkamer. Het is gewoon niet te bevatten. Zoals ik vroeger in mijn jeugd avondenlang aan de keukentafel zat te tekenen of te schilderen en mijn moeder mij tips gaf over kleuren en details… en nu… kijk ik naast mijn scherm en zie ik de mand waarin mijn moeder ligt. Onwerkelijk. Echt, onwerkelijk.

Nu was ik de rouwkaart aan het ontwerpen voor mijn moeder, zoals zij dat mij enkele dagen eerder had uitgelegd. En als ik over de rand van mijn computer keek, zag ik daar de mand, in het huis waarin ik ben opgegroeid. Gewoonweg niet te bevatten.

Ik ben zo blij dat je met ons, samen met papa, Mongolië hebt bezocht: het land waar een belangrijk deel van mijn hart ligt, samen met mijn vrouw Saran Myagmarsuren. Dat we dat samen hebben mogen ervaren. Dat jij daar bent geweest en de familie van Saran in hun eigen land hebt leren kennen.

Zij hebben de afgelopen weken sinds maart ook zo met jou meegeleefd, en dat betekent veel voor mij.

De laatste dagen dat je bij ons was vroeg ik mij constant af: hoe ga ik dit nu in godsnaam doen zonder jou, de aankomende jaren? Maar mama, geloof me, ik en de rest van jouw gezin zullen het wel redden. Ik zal jouw verhaal blijven vertellen, aan mijn kinderen en aan de mensen om mij heen.

Om een financieel stabielere toekomst te realiseren, werken we elk jaar steeds meer in het toerisme met onze bed & breakfast en ons gastenhuis. Daarnaast werken we steeds meer in de culturele sector door middel van het organiseren van evenementen, concerten, workshops en retraites. Zo werkten we onder andere de afgelopen maanden sinds 2026 aan een groot project met Batzorig Vaanchig. Dat was zo’n groot en complex project, dat we dat gewoonweg niet konden verplaatsen, zelfs niet na onze privésituatie.

Deze dagen, terwijl ik dit schrijf, zijn we volop bezig met de tour. Het is uitputtend. We hebben sinds onze terugkomst uit Mongolië begin maart bijna geen normale nachtrust gehad. Maar tegelijkertijd is het ook inspirerend.

Tegelijkertijd voel ik me schuldig. Omdat het zo druk is, gaan mijn gedachten vaak naar het werk. En als ik dan denk aan wat er gebeurd is, voelt het soms alsof we tijdelijk in een andere realiteit leven. Alsof het verlies van mijn moeder een nare droom is.

Maar het is waar.

Ik probeer me naar buiten toe sterk te houden. Alsof het goed gaat. Alsof alles oké is. Maar als ik ook maar één moment echt stilsta bij de realiteit, of een foto zie die herinneringen oproept, dan zakt alles weer weg. Dan voel ik hoe zwaar dit werkelijk is. En ik hoop dat mensen begrijpen hoe moeilijk deze periode voor mij is — hoe emotioneel deze tijd is, zelfs terwijl het gewone leven en het werk gewoon doorgaan.

Ik voel mij ook schuldig tegenover mijn vader. De realiteit samen met hem onder ogen zien, vind ik nog lastig. Maar het zal goed komen.

Mama, ik zal voor altijd aan je denken in alles wat ik doe en alles wat ik nog zal doen.

Ik ben zo dankbaar voor alles wat je hebt gedaan.

Voor alles wat je van me hebt geleerd en voor alles wat je ons hebt gegeven.

Ik ga je zo ontzettend missen.

En ik kan niet anders dan tegen je blijven praten, wat ik al deze dagen doe.

We zullen je nooit vergeten, mama.

We zullen je altijd in onze gedachten houden.

En jouw verhaal blijven delen met onze kinderen. 🤍

Geschreven door
Rowan Lee Hartsuiker